Verhaal & Achtergrond

verhaal_03Het smidsvuur brandt, de slager ontleedt een varkenskop, vrouwen leggen was op de bleek, de paarden voor de postkoets draven met geheven hoofden en kinderen spelen aan de Maas. Hier voert de legendarische en eigenzinnige dokter Tjerk van Taeke zijn praktijk temidden van een wonderlijke verzameling dorpsbewoners. Zoals de held van de streek en stroper eerste klas Cis den Doove, de aan syfilis lijdende Mammeke, d’n Pale Pie, wiens kop wordt ingeslagen met een bijl en Brammetje Peccator,  die een onbekende zonde met zich meedraagt. De dokter heeft hart voor zijn patienten. Hij onderneemt een moedige tocht over het kruiende ijs van de Maas om een vrouw in barensnood te redden, maar hij heeft ook nare trekjes en hij houdt niet van burgemeesters. Zo onverstoorbaar als de dokter de diagnose maagkanker vaststelt bij de rijkste boer van het dorp, zo onverstoorbaar praten de leden van De Broederschap, na een morbide dodenwake, over de Kronieken van de 800 jaar oude snoek die in De Wiel zou huizen. En net zo lieflijk en vrolijk als het leven aan de Maas kan zijn, wordt het armzalig als arbeiders tewerkgesteld worden om de rivier ‘rechter en korter’ te maken.

Het boek Dorp aan de Rivier
Het openlucht theaterspektakel Dorp aan de Rivier is gebaseerd op de gelijknamige roman van Antoon Coolen. Zijn vertelstof tekende hij op uit de mond van de Deurnese huisarts en kunstenaar Hendrik Wiegersma, geboren in  Lith in 1898, waar zijn vader, Jacob Wiegersma,  gemeentearts was. De verhalen, deels waar gebeurd, gaan over de Lithse dokterspraktijk, maar beide artsen stonden model voor Coolen’s held, Tjerk van Taeke.

De streekroman werd in 1934 uitgegeven. Inmiddels zijn 41 drukken verschenen en is het boek in 8 talen vertaald. In 1958 werd het boek verfilmd door Fons Rademakers en werd Dorp aan de Rivier de eerste Nederlandse speelfilm (genomineerd voor een Oscar en beloond met een Gouden Kalf). Het filmscript werd geschreven door Hugo Claus en Ingmar Bergman verrichtte de correcties.

In 2007 en in 2008 bracht Stichting Kunst aan de Maaskant in samenwerking met Theater Dankzij de Dijken het verhaal als openluchtspektakel in de uiterwaarden van Lith. Ans Jager schreef het toneelscript en de regie werd uitgevoerd door Harold Schraven. Waar de Lithse bevolking in de film nog figuranten waren, speelden zij nu de hoofdrol. Hier zijn 10.000 bezoekers op af gekomen. Kortom, het boek heeft Lith diverse malen opvallend aan de vergetelheid ontrukt en is daarmee een belangrijk exportartikel voor deze streek, Brabant en Nederland.

Tijdsbeeld
De geschiedenis van de markante dorpsdokter en zijn spraakmakende werk is ogenschijnlijk een romantisch verhaal in de tijdsgeest van olielamp en postkoets. Het verhaal bestrijkt de periode tussen 1e en 2e wereldoorlog, het Interbellum, en grijpt terug naar de periode vóór de 1e wereldoorlog. (Hetgeen doet vermoeden dat Coolen een Colijnaanhanger was, die immers pleitte voor een terugkeer naar het welvaartsniveau van vóór de 1e Wereldoorlog). Dat Coolen zich bewust was van zijn tijd blijkt uit de passage in het boek waarin hij de bouw van het sluis-stuwcomplex beschrijft. Hiermee eindigt het boek in de loodgrijze sfeer van de 30-er jaren crisis.